Historie
De wortels van AT Osborne liggen in de periode van Wederopbouw, als expert op het gebied van kostenbeheersing in de bouw.
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd er volop gebouwd in Nederland. Regelmatig was er daarbij sprake van forse overschrijding van de bouwkosten. Dat leverde niet alleen veel onvrede op bij opdrachtgevers, maar ook de nodige negatieve publiciteit. In Nederland was op dat moment geen kennis voorhanden van kostenbewaking gedurende het hele bouwproces. Die expertise op het gebied van bouwkosten was er in Engeland wel. Jack Osborne was zo’n Quantity Surveyor. Osborne betrad in 1967 de Nederlandse markt en ging een joint venture aan met Berenschot. In Berenschot Osborne kwamen de organisatiegerichte benadering van Berenschot en de pragmatisch, praktijkgerichte benadering van Osborne samen. Daarmee was de basis gelegd voor de onderscheidende positie die AT Osborne ook nu nog inneemt: een bureau dat de verbinding kan maken tussen plannen en praktijk, van strategieontwikkeling tot de realisatie van projecten.
De nieuwe professie kostenmanagement bleek eind jaren zestig een schot in de roos. De expertise maakte al snel onderdeel uit van het algehele management van bouwprocessen. Naast de bewaking van geld, ook de bewaking van tijd en kwaliteit. Het werkterrein verschuift daarbij naar het brede veld van huisvesting en vastgoed.
Klanten weten het bureau steeds vaker te vinden. Ook neemt de vraag naar aanvullende diensten toe. Daarmee groeit het aantal specialismen verder, van milieu in de jaren ’80, tot infrastructuur en gebiedsontwikkeling in de jaren ‘90.
In 2003 maakt Osborne zich los van Berenschot en verzelfstandigde het bedrijf onder regie van de toenmalige directeuren Afink en Taylor.
Daarmee is de nieuwe naam AT Osborne een feit.